donderdag 28 augustus 2014

-Make the skies blue, Sonny Boy-


When there are grey skies
I don't mind the grey skies
You make them blue, Sonny Boy


Friends may forsake me
let them all forsake me
You pull me through, Sonny Boy


You're ant from heaven 
And I know your worth
You've made a heaven
For me right on earth


And then the angels grew lonely
Took you 'cause they're lonely
Now I'm lonely too, Sonny Boy

Voor het derde boek van voor school heb ik gekozen voor het boek Sonny Boy.
Een boek wat mij heel erg aansprak door ten eerste veel goede verhalen van vrienden en ten twee goede recensies.

Ten eerste wil ik zeggen dat ik dit boek heel mooi vind. En ja natuurlijk dat is geen beschrijving, maar toch vind ik het in een woord gewoon mooi. Dit ligt ook voor een groot deel aan mezelf omdat ik me zelf graag verdiep in geschiedenis verhalen. Naast de manier van schrijven die erg gedetailleerd is, vond ik ook de manier van de verhaallijn mooi. In het begin zit je jezelf namelijk echt af te vragen waar het nou eigenlijk omgaat en om die manier kan je een boek heel vervelend vinden, maar bij mij werkt dit juist andersom, waardoor ik graag wil weten wat er nou speelt. Daardoor kon ik dit boek Sonny Boy goed lezen.

In het boek zitten ook naar mijn idee hele bijzondere plaatjes, geplaatst in het midden. Hierdoor werd ik weer echt even wakker geschut dat het waar gebeurd was.




Het verhaal is erg uitgebreid dus als je eerst even snel een samenvatting wil lezen om te weten waar het over gaat? Klik dan hier.

In het boek gaat het vooral over de volgende personages

Rika van der Lans
Waldemar Nods
Waldy Nods ( Sonny Boy )
Willem Hagenaar
Bertha Hagenaar

Wanneer je het boek leest ontstaat er al meteen een manier van kritische spanning bij hoofdstuk II bij mij. Namelijk wanneer Waldermar gaat zwemmen in "die rivier die zo gevaarlijk is", krijg ik meteen al het gevoel, mede doordat ik niet weet dat het de hoofdpersoon is, dat er iets erg met hem gaat gebeuren.

Maar ook op het eind wanneer Waldermar wordt aangevallen op de boot waarmee hij wordt weggevoerd. Hij zwemt dan echt een enorm stuk naar het vaste land, waardoor je toch al snel denkt (ik tenminste): "JA! HIJ HEEFT HET GEHAALD!". Toch wordt hij dan neergeschoten. Dat ging toch wel tegen al mijn verwachtingen in.

In het boek zit niet veel emotionele spanning omdat de hoofdpersonages geen "ik-personen" zijn. Hierdoor weet je niet echt wat zij voelen. Wel worden de personages goed beschreven, hierdoor zou je bij veel situaties wel kunnen bedenken wat de personages zouden kunnen denken. Bijvoorbeeld Rika, vanaf het begin af aan weet je al dat zij heel "rebels" is.

Als je op zoek bent naar goede recensies? Kijk dan vooral even hier.

Het boek is ook verfilmd, dit is link naar het filmpje. (trailer)






 



Het boek “het leven is vurrukkulluk” is een boek dat gaat over het leven van twee studenten Boulie en Mees en alles wat daar bij hoort. Het gaat bijvoorbeeld over hoe ze allebei verliefd zijn op het zelfde meisje, Panda een meisje dat volop geniet van het leven op haar manier. Samen ontmoeten zij een grijsaard, een man die ze later beroven van zijn geld. Ook speelt Ernst-jan een rol in het verhaal, hij is de interviewer die Boulie gaat ondervragen. Mees en Boulie wonen in het park in een groot wit huis. Later, besluiten zij ook een feest te geven in het huis en Mees begint steeds meer serieuzer met Panda te worden. Het feest gaat natuurlijk niet helemaal als gepland. Als je nog voor een andere samenvatting wilt kijken zal ik hier op klikken.


Remco Wouters Campert is geboren in Den Haag op 28 juli 1929. Vervroegd verlaat hij Amsterdams Lyceum. Dit doet hij zodat hij zich volledig op het schrijven kon richten.

In 1976 ontvangt Remco Campert de P.C. Hooftprijs voor zijn poëtisch oeuvre en in 2011 krijgt hij de Gouden Ganzenveer toegekend voor zijn grote betekenis voor het geschreven en gedrukte woord in Nederland. 

Dit zijn een paar bekende boeken van Remco Campert:

Fabeltjes vertellen (1968)
Mijn leven’s liederen (1968)
Tjeempie! of Liesje in Luiletterland (1968)
Gouden dagen (1990)
Graag gedaan (1990)
Het satijnen hart (2006)
Nieuwe herinneringen (2007)
Dagboek van een poes (2007)
Het avontuur van Iks en Ei (2008)
Om vijf uur in de middag (2010)
Mijn eenmanszaak (2010)
In het boek speelt Remco Campert met de woorden. Hij doet dit door op een verouderde manier literatuur toe te passen. Ik denk dat hij dit doet zodat hij kan laten zien dat de jongeren helemaal niet zo veel zijn veranderd, bijvoorbeeld omdat hij laat zien dat de jongeren van vroeger ook hun eigen taaltje had. Ik denk dat hij ook probeert om eens op een hele andere manier te schrijven, zodat het meer mensen aantrekt om het te gaan lezen. Ik vind ook dat hij door deze manier te schrijven een soort humor overbrengt door woorden op een manier te schrijven, die grammaticaal helemaal niet kloppen, maar toch te begrijpen zijn doordat ze worden opgeschreven zoals je ze uitspreekt.

De tijd waarin Remco Campert leefden was een tijd waar veel veranderingen plaats vonden. Veranderingen onder jongeren die ze veel vrijer maakten. De jongeren gingen veel meer uit, rookten marihuana en vroegen zich af of ze nou wel echt zo’n iemand met een lunchtrommeltje, achter op de fiets wilden worden. Vooral het uitgaan was een grote bezigheid. De jongeren gingen dan naar een Jazzcafé of naar concert waar ze dan de hele Nacht gingen dansen. Natuurlijk was het voor de mannen heel fijn om alle meisjes opgetogen in jurkjes en hakjes te zien. De hoofdpersonen in het boek “Het leven is vurrukkulluk” spreken dan ook vol lof over deze tijd. Vooral omdat ze veel meer zelf te zeggen hadden en een gevoel van vrijheid kregen. 

Ingrid (Panda in het verhaal) was in het leven in die tijd ook een echte levensgenieter. 
Eddy posthuma de boer een fotograaf uit die tijd verteld in de documentaire over hoe zijn leven er uit zag. Hij heeft veel mooie foto’s gemaakt uit die tijd. Ook Eddy kende Remco Campert
Dit zijn foto's van Eddy posthuma de boer:




maandag 2 juni 2014

Max Havelaar
Multatuli

Het boek Max Havelaar, is een boek dat de misstanden aantoont in op het Indonesische eiland in de tijd dat het eiland een kolonie was van Holland. De schrijver Multatuli leefde in deze tijd en was het niet eens met misstanden zoals de herendiensten en het cultuurstelsel. Hij schreef daarop een boek die voor verandering moest zorgen, of in ieder geva deze misstanden moest aankaarten.
Multatuli, Eduard Douwes Dekker (Amsterdam, 2 maart 1820 - 19 februari 1887) was een Nederlandse schrijver die ook bekend is geworden onder het pseudoniem Multatuli.
Eduard Douwes Dekker werkte als ambtenaar in Nederlands-Indië, waar, toen hij er op negentienjarige leeftijd aankwam, naar eigen zeggen zijn 'ziel ontwaakte', maar waar hij ook de vele wantoestanden zag onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse koloniale bewind. Zijn bekendste werk is de roman Max Havelaar, waarin hij - op basis van zijn eigen ervaringen - de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse en Nederlands-Indische bestuurders aan de kaak stelde.
Voor een goede samenvatting kun je terecht op op deze site 

Wat is het cultuurstelsel?

Voor de invoering van het cultuurstelsel was er een feodaal stelsel. Javaanse boeren en edelen leefden nog met hun eigen tradities. Nadat Napoleon Nederland veroverde, werd Indië de taak van de heer Daendels. Hij greep hard in en zorgde dat Nederland echt de baas werd in Indië, en niet dat de regenten nog veel macht hadden. De regenten konden geen betalingen en herendiensten meer eisen van de boeren. Regenten werden ambtenaren en boeren moesten i.p.v. herendiensten landrente gaan betalen.
Daendels was echter niet consequent, hij liet de bevolking herendiensten uitvoeren om een weg aan te leggen, die over het hele eiland ging. Hierdoor was de landrente nu een extra last!
De Britten namen in 1811 Indië over en zette het bewind van Daendels voort, met veel geweld de pogingen van de regenten om de macht terug te krijgen onderdrukken. Nadat napoleon werd verslagen kreeg Nederland Indië al weer terug, omdat in het congres van Wenen werd bepaald dat Nederland een sterke staat moest worden, en daar hoorden volgens de opvattingen van die tijd koloniën bij.
Er volgde een tijd vol idealisme. Nederland maakte een zo vrij mogelijke markt. Westerse ondernemers kochten land op van de edelen, en daarmee ook de herendiensten. Dat werd verboden, maar de boeren hadden daar niets aan en de planters en edelen verloren hun inkomen.
Nederland kon niet op tegen de Britten een Amerikaanse concurrentie en daarbij moest het leger steeds vaker optreden, omdat de vorsten en regenten zich tegen de Nederlandse overheersing verzette.
Nederland had dus veel goede bedoelingen, maar geen succes. Nederland leed zelfs verlies!
Door alle onvrede gingen de Javanen zich verzetten en de Java-oorlog volgde. Het duurde 5 jaar, voordat Nederland de oorlog gewonnen had.



Geachte heer Havelaar, 

Onlangs hebben wij vernomen dat u, tegen de wet in, 
kritiek uitoefent op ons systeem. Het systeem waarin 
wij, als vertegenwoordigers van Holland, Indonesië willen 
laten groeien in mate van de beschavingsvorm. U ziet dit 
helaas niet in en kan ons niet verder helpen met het 
beschaven van deze barbaarse cultuur. Een cultuur die 
van onze Hollandse cultuur enorm veel kan leren. Met 
deze acties ontneemt u deze bevolking de kans om te 
groeien tot waardig westers persoon.

Met spijt moeten we u bij deze laten gaan en ontnemen 
we u de kans in het helpen van de Indonesische bevolking. 

Groet,
Gouverneur-generaal



Gouverneur-generaal,

Er is geen dag voorbij gegaan op het eiland dat ik geen 
onrecht heb gezien. Ik kwam hier heen als een trots 
man, een man die de inheemse bevolking mocht helpen 
door met hen samen te werken. Echter is de manier 
waarop hier op het eiland geregeerd wordt, niet naar 
mijn idee. Het feit dat deze boeren worden uitgebuit, 
voor het voordeel van Holland. Uitgebuit tot het bot, waardoor 
ze elke dag moeten ploeteren voor een miezerig bestaan. 
Deze manier van bestaan is voor deze boeren onacceptabel 
en ik ben nog steeds van mening dat deze misstanden moeten 
worden aangepakt.

Een ander punt zijn de herendiensten. Door deze verplichte 
diensten hebben de boeren veel te weinig tijd om voor hun eigen gewassen te zorgen. 

Als reactie op uw brief en dan op het feit dat ik de groei van 
de burgers zal ontnemen wil ik graag op terug komen. Naar 
mijn mening ligt het verpesten van die kansen namelijk niet bij 
het feit dat ik de belangen van de boeren nastreeft. Het ligt 
namelijk aan u en de ambtenaren die u aanstuurt, dat de kansen 
van groei verkleinen of zelfs worden ontnomen. 

Bij deze wil in mijn ontslag indienen. Ik wil hier geen verdere uitspraak over doen.

Mijn familie en ik zullen volgende week vertrekken van het eiland. 

Met vriendelijke groet,

M. Havelaar

Gedicht Vrijheid,

Vrijheid.

Iedereen kent het, maar voelen we het allemaal?
Iets wat zo gewoon hoort te zijn, hoort te voelen,
is voor sommige een doel wat nog bereikt moet worden
Om ons heen en zo dichtbij
Zijn de mensen helemaal niet vrij

Vrijheid, iedereen kent, maar voelen we het allemaal?
Voelt iedereen het gevoel van vrijheid?
Dat je kunt zeggen hoe je je echt voelt
Er zijn genoeg mensen die alles moeten opkroppen,
omdat zij bang zijn zich te ontpoppen

Ontpoppen om te kunnen zijn wie ze willen zijn
Om te kunnen zeggen wat ze voelen, en voor wie ze iets voelen
In wat ze geloven of in wat ze niet geloven
Maar de mensen kunnen zich zelf niet zijn
Dit is mens oneer biedend en wordt geuit in pijn

Geuit in pijn
Wanneer de vrijheid wordt ontnomen
van een mens die zich zelf wilt zijn
Die wilt kunnen zeggen wie hij echt is
die trots is op hij wil zijn

maandag 7 april 2014

Opdracht Indonesië


Oeroeg - Hella S. Haasse                                            Robert Lodewijk, Djèva David

Wij hebben het boek Oeroeg van Hella S. Haasse gelezen voor deze opdracht. Eerst zullen we wat vertellen over Hella zelf, haar relatie met Indonesië/Nederlands-Indië en haar motief achter het schrijven van dit boek. Nadat het duidelijk is waar het boek over gaat, gaan we het hebben over de historische achtergrond die in het boek naar voren komt. 

Schrijfster en haar relatie met Indonesië/Nederlands-Indië
Hella S. Haasse (Hélène Serafia Haasse) is op 2 februari 1918 te leven gebracht. Ze is geboren in Batavia (Jakarta), in het toenmalige Nederlands-Indië. Hella en haar broertje Wim brachten hun hele jeugd door in Nederlands-Indië. Ze ging er naar de lagere school en het gymnasium. Verder heeft Hella, met een onderbreking van twee periodes, tot aan haar twintigste in Nederlands-Indië gewoond. De eerste onderbreking was van 1925 tot eind 1928, ze werd ondergebracht bij haar grootouders in Nederland. 
In de jaren na haar terugkomst in Indië besteedde ze veel tijd aan lezen en acteren. Ze begon op haar twaalfde aan haar eerste historische roman. In lezen vond zij troost voor het gevoel overal buiten te staan. Hella werd veel buitengesloten, dit was omdat ze naar een nonnenschool ging. Omdat zij niet katholiek was, mocht ze niet met de anderen mee en was ze in veel opzichten een vreemdeling. 

In 1983 vertrok Hella Haasse alleen naar Nederland, om hier te gaan studeren. Gedreven door haar belangstelling voor de Oudnoorse saga’s begon zij aan de studie Scandinavische Talen en Letteren. Een jaar later gaf ze haar studie op en liet zich inschrijven aan de Toneelschool. Pas na haar huwelijk met Jan van Lelyveld wijdt zij zich volledig aan het schrijven van proza en historische romans. Het bedenken van personen, conflicten en werelden blijkt haar op het lijf geschreven. 

Met het boek Oeroeg heeft ze geprobeerd de indrukken van haar jeugd vast te leggen, en dan niet alleen de zintuigelijke indrukken maar ook de verhouding tussen Nederlanders en Indonesiërs. In haar tijd was het vanzelfsprekend dat de blanken tot de bovenlaag behoorden en de Indonesiërs ondergeschikt waren. Er was nauwelijks oog voor de identiteit en de geschiedenis van de inlandse mensen. Haar ouders leidden een Hollands leven. Ze wilden hun kinderen niet laten ‘verindischen’, want hun toekomst lag toch in Nederland. Daarom was er veel aandacht voor intellectuele ontplooiing (tekenen, musiceren, lezen en toneelspelen). Voor Hella Haasse was het Indische leven eerder de natuur en de atmosfeer dan de mensen of de armoede. Het ontbreken van begrip voor de inlander maakt de vriendschap tussen een Indische en een Nederlandse jongen onmogelijk. De Nederlandse jongen ziet die vriendschap als iets vanzelfsprekends, hij kan zich niet verplaatsen in de positie van Oeroeg. 

Het schrijven van Oeroeg heeft Hella Hasse inzicht gegeven in het land van haar jeugd. Dit boek heeft ze dan ook gelijk voltooid. De jeugdherinneringen vormden het hele verhaal. Ze gebruikte de vriendschap tussen Oeroeg en de ik-persoon als een symbool van een mogelijke vriendschapsrelatie tussen Nederlanders en Indonesiërs. Het is een verhaal over één bepaalde crisis of gebeurtenis in het leven van de hoofdpersoon: de steeds groter wordende afstand tussen de zoon van een Hollandse planter en die van een Indische ondergeschikte. Als kleine kinderen groeien ze samen op, delen ze hun speelgoed en zijn ze onafscheidelijk. Als de Nederlandse jongen na zijn studie in Delft terugkeert naar zijn geboorteland, woeden daar de eerste politionele acties. Indië staat op het punt Indonesië te worden. De ontmoeting met Oeroeg wordt een grote teleurstelling. De afstand tussen hen is te groot geworden. Oeroeg heeft gekozen… gekozen voor zijn eigen volk en dus tegen de Nederlanders. 

De Hollandse jongen heeft nooit het gevoel een buitenstaander te zijn. Sterker nog, hij voelt zich meer thuis wanneer hij bij Oeroeg is dan wanneer hij bij zijn eigen familie is. Maar als Oeroeg en hij ieder naar een andere school gaan, wordt dat anders. Oeroeg wordt al snel een jongeman met interesse voor de meisjes terwijl de ik-persoon nog kinderlijk en ietwat lomp is. Oeroeg is zich bewust van de merkwaardige situatie waarin hij opgroeide en van de onderdrukking die zijn volk moet ondergaan. Het komt niet bij de blanke jongen op te twijfelen aan de gelijke rechten tussen hen. Ze hebben toch altijd alles al samen gedaan? De feitelijke verschillen worden in hun levens steeds groter.

Historische achtergrond
Het boek Oeroeg, wat in het eerste opzicht misschien niet erg diepgaand lijkt, heeft toch een achterliggende gedachte en/of boodschap. De onschuldige vriendschap tussen een Hollandse jongen en een inlandse Indische jongen is aandoenlijk. Ze spelen samen, zonder ook maar even na te denken over ras en rang. Helaas groeien ze op en groeien ze uit elkaar. De eens zo hechte vriendschap verbreekt na verloop van tijd. De vriendschap die verbreekt zien wij als symbool voor het verbreken van de koloniale verbintenis tussen Nederland en Indonesië. Ook geeft dit boek heel mooi de verhoudingen uit die koloniale tijd weer. Deze twee aspecten behoren dus tot de historische achtergrond van het verhaal en gaan wij nader toelichten. 

Verhoudingen in Nederlands-Indië
De macht van Nederland over Indië werd steeds groter. De Indische vorsten moesten zich aan de Nederlanders onderwerpen. Het land werd een kolonie van het koninkrijk Nederland: Nederlands-Indië. Nederland bepaalde dat de boeren daar vooral specerijen, koffie en suiker moesten verbouwen. De Nederlanders gaven een prijs voor deze producten en verkochten die dan in Europa voor veel hogere prijzen. De Indische bevolking werd ondertussen uitgebuit. De boeren wilden veel liever rijst verbouwen in plaats van koffie of peper. Rijst hadden ze namelijk nodig om te eten. Maar de Nederlanders wilden geld verdienen en dat kon niet met rijst. Dit leidde vaak tot hongersnoden in Indië.

Er ontstonden nieuwe maatschappelijke verhoudingen in de samenleving als gevolg van de Nederlandse overheersing. Er was een nieuwe rangorde ontstaan, gebaseerd op ongelijkheid van bevolkingsgroepen. Indië kende drie bevolkingsgroepen: de Europeanen (blanken, Indo's en Japanners), de Chinezen plus andere vreemde Oosterlingen (Indiërs en Arabieren) en de inlanders. De inlandse volkeren vormden echter meer dan 95% van de bevolking.

In 1854 werd het Regeringsreglement ingevoerd waarmee de inwoners van Nederlands-Indië werden ingedeeld in twee categorieën: Europeanen en Inlanders. In dit systeem had iedereen de Nederlandse nationaliteit. Later kende de nationaliteitswet van 1892 alleen blanke Europeanen en Indo’s het Nederlanderschap toe. De Indonesiërs werden hierdoor op grotere afstand gezet van de Europeanen. Vervolgens besloten de Nederlanders dat Japanners vanaf 1899 met Europeanen gelijkgesteld werden. Japan werd gerespecteerd omdat het zich Westers ontwikkelde. Het Nederlandse bestuur vond dat de Indonesiërs nog lang niet zo ver waren als in het Westen, zij hadden nog de "begeleiding" nodig van het moederland. 

Rond 1900 waren veel Nederlanders in Nederlands-Indië gaan wonen. Er was daar tenslotte werk genoeg. Denk aan het Nederlands bestuur, de plantages maar natuurlijk ook de olie.
De Nederlanders in Indië hadden vaak grote, mooie huizen en veel bediendes. Ze hadden niet zoveel contact met de Indische bevolking. Het waren maar hun bediendes en arbeiders. Ze voelden zich duidelijk beter dan de Indische mensen. De Nederlanders waren gelukkig met hun leven in Indië en wilden daar nog lang blijven. Dat de Indonesiërs daar zelf anders over dachten, daar wilden de Nederlanders niet naar luisteren. Ze waren er van overtuigd dat de Indonesiërs hun landen nog niet zelf konden besturen.

In Indië stonden de Europeanen aan de top van de sociale en politieke structuur. Zij vormden het Binnenlands Bestuur, de legertop, waren directeur van bedrijven en beoefenaars van vrije beroepen. De bredere laag daaronder werd bezet door onderofficieren van KNIL en marine, lagere ambtenaren en klerken, onderwijzers en planters. De onderste laag bestond bevond uit personen werkzaam in beroepen zonder veel scholing of ongeschoolde arbeid. In deze laag zaten veel Indo-Europeanen.

Grote sociaal-economische veranderingen vanaf 1850 maakten de traditionele inheemse samenlevingen moderner, meer Westers. De behoefte aan geschoolde arbeid zorgde voor meer migratie vanuit Europa naar de kolonie. De komst van meer vrouwen was gewenst om het Europees karakter via gezinsvorming duurzaam te versterken. Economisch maakte Indië intussen deel uit van de wereldeconomie. De kolonie leverde grondstoffen als rubber, olie, tabak, etc.
De vraag naar vakmensen werd alsmaar groter. Diploma’s en goed vakmanschap vergrootten de kans op maatschappelijk succes en status. Ook de Indische overheid had behoefte aan bekwame ambtenaren die de complexere samenleving moesten besturen. Indonesiërs kregen daarom ook toegang tot Europese scholen en vervolgens tot banen, bijvoorbeeld in het onderwijs, het leger of als ambtenaar. De Indo’s verloren hierdoor een alleenrecht op deze posities.

Ja, rassenonderscheid was leidend in het bestuur over de kolonie maar de samenleving draaide hier niet helemaal (meer) om. Door de maatschappelijke ontwikkelingen kwam er als het ware meer "kleur" in de bevolking. Vanaf het begin van de 20e eeuw had de inlandse bevolking ook toegang tot Europees onderwijs: de Hollands-Inlandse school (HIS). Door de hoge kosten bezochten vooral inheemse kinderen van goede komaf deze school. De HIS was afgestemd op het Nederlandse onderwijs, de lessen in het Nederlands en de eisen voor rekenen en taal waren hoog. 
Gaandeweg ontstond een Indonesische middenklasse, die meer wilde en kon bereiken dan kleine baantjes of boer blijven. De oude indeling was aan het afbrokkelen. De werkelijke kansen om te stijgen binnen de Europese groep waren voor de meeste Indo’s toch al erg beperkt. De ‘echte’ Nederlanders lieten hen maar een klein beetje toe tot hun eigen hogere posities. Discriminatie van Indo’s door totoks (Hollanders) kwam vaak voor. Overigens maakten Indo’s onderling ook nog eens onderscheid tussen lichte en donkere huidskleur om zich maatschappelijk te onderscheiden.

De Nederlands-Indische samenleving veranderde misschien het meest door de opkomst van inheemse politieke bewegingen vanaf 1910, een gevolg van de Ethische Politiek. Deze politiek had als doel armoede te bestrijden en de bevolking meer kansen te bieden. De “Inlander” emancipeerde zich onder leiding van een opkomende inheemse middenklasse. Democratie, liberalisme, socialisme en het zelfbeschikkingsrecht van volken waren vertrouwde begrippen geworden. Hij wilde voortaan meepraten en meebeslissen in voor hem belangrijke zaken. De regering kon deze ontwikkeling niet meer tegenhouden. De politieke spanningen tussen Nederlanders en Inlanders namen toe. De bezetting en de proclamatie van de Republik Indonesia maakten ten slotte een eind aan de koloniale situatie. Een ingrijpend effect was dat de Indo’s hún land Nederlands-Indië kwijt waren geraakt, ook al waren ze politiek meer geëmancipeerd en zelfbewust geworden. 

Einde van Nederlands-Indië, begin van Indonesië
Het verbreken van de koloniale verbintenis kwam voort uit de tweede wereldoorlog, die begon in 1940. Ook Japan gingen zich mengen in de strijd en op 8 maart 1942 capituleerde Japan het Nederlands-Indische leger. Het leven in de Nederlandse kolonies veranderde drastisch. Verschillende dingen als de Japanse jaarteling en de Japanse klok werden ingesteld. Maar nog verder ging het verbieden van de Nederlandse scholen en het verbieden van de Nederlandse taal in zijn geheel.
Op 7 december 1942 beloofde koningin Wilhelmina in een radiotoespraak dat ze alsnog pleitte voor een gelijkwaardig en zelfstandige positie voor de Nederlandse kolonie. Deze poging was precies een jaar te laat. Japan had de Nederlandse kolonie bezet. 

Vanaf mei 1942 werden er kampen ingezet als “opvang” voor de Europeanen. Alle Europese vrouwen, mannen, kinderen en zelfs “vernederlandste" Indiërs,  werden gebracht naar deze kampen. Er was echter wel een verschil voor de mannen van zeventien tot zestig jaar. Deze mannen werden vervoerd naar de interneringskampen en werden hier ter werk gesteld. Zo moesten deze Europese mannen bijvoorbeeld werken aan het bouwen van een treinrails (birma spoorlijn???) en het verrichten van andere zware arbeid. 
De omstandigheden in de kampen waren erbarmelijk slecht. Er was geen eten, er was geen drinken en er waren amper sanitaire voorzieningen. Naar deze kampen waren uiteindelijk rond de 100.000 Europeanen gestuurd. Ook al waren deze kampen niet bedoeld voor het uitroeien van een bevolking zoals met de Duitse bezetting gebeurde, er stierven toch zo’n 15.000 mensen door de slechte omstandigheden en voorzieningen. 

Eind tweede wereld oorlog: 
Het uiteindelijke einde van de koloniale tijd ging gepaard met het einde van de twee wereldoorlog. Wanneer in 1945 de Duitse bezetting ten einde kwam, was de oorlog voor Amerika zeker nog niet voorbij, door de Japanse bezetting van bijvoorbeeld Indonesië. Indonesië was nog steeds niet vrij en Japan had in de oorlog duidelijk de kant van Duitsland gekozen en tégen Amerika.  Amerika was immers ook tegen het hebben van koloniën door hun eigen verleden als kolonie. De Amerikaanse president Truman wilde geen veroveringsoorlog, omdat hij daarbij te veel mannen zou verliezen. In plaats daarvan koos hij voor meer extreme optie, een massa-vernietingswapen. Truman bombardeerde en vervaagde daarmee twee grote steden met een atoombom, waardoor de Japanse leider zich wel op moest geven. Japan had, wanneer het in de oorlog niet goed ging met de verovering, al steeds meer macht gegeven aan de Indonesische bevolking. In 1944 beloofde Japan dat Indonesië geleidelijk onafhankelijk zou worden en steeds meer Indonesiërs kwamen op bijvoorbeeld belangrijke posten in de economie en het bestuur. Er ontstond een forse groei van het bewustzijn van de Indonesische bevolking, maar dat ging ook gepaard met een groeiende haat tegen Japan. In de oorlog trainde Japan ook de Indonesische jongerengroepen, zij waren de gene die een bedreiging vormde tegen Japan, wanneer in 1945 een opstand uitbrak. Deze opstand werd neergeslagen, maar na deze gebeurtenis beloofde Japan wel aan Indonesië een soevereine staat te worden. De radicale jongerengroep in Indonesië wilden echter geen onafhankelijkheid als gunst van Japan krijgen. Als gevolg van deze gedachten ontvoerden zij twee belangrijke Japanse leiders en lieten hen de onafhankelijkheidsverklaring tekenen. De volgende dag riep Soekarno voor zijn huis in Jakarta de onafhankelijke republiek Indonesië uit.

Indonesië kon hierbij hun koloniale verleden afsluiten, maar Nederland was nog niet bereid om hun kolonie op te geven. Alle bedrijven en ondernemingen waren in de tweede wereld oorlog genationaliseerd en de Nederlanders wilden hun winstgevende kolonie terug, omdat zij het anders niet zouden redden. Na de tweede wereld oorlog zou het Britse leger Indonesië officieel bevrijden, maar in de tussentijd hadden radicale onder de bevolking al een poging gemaakt naar de macht. Maandenlang trokken deze radicale jongeren die ondertussen een leger vormde, plunderend rond. Voor van Mook, een Nederlandse luitenantgouverneur-generaal zat er niks anders op dat te onderhandelen. Hieruit kwam het akkoord van Linggadjati:

Nederland beloofde het gezag van de republiek over Java, Madoera en Sumatra te erkennen. De republiek zou een deelstaat worden van de Verenigde Staten van Indonesië, die uiterlijk op 1 januari 1949 zouden zijn opgericht en met Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen de Nederlands-Indonesische Unie vormen. Aan het hoofd van deze unie zou het Nederlandse koningshuis staan.

Een groot deel van de Nederlanders verwierp deze onderhandeling en was volop tegen. Bovendien, kwam er ook niks terecht van de beloofde teruggave van de genationaliseerde ondernemingen. Nederland stuurde naast het bestaande KNIL leger, nu ook soldaten overzee om de situatie te handhaven. Er werd gesproken van de “ politionele acties “, wat eigenlijk de naam oorlog schuil hield. Het leger moest gebieden heroveren waar de Nederlandse ondernemingen plaats vonden. Veel hielpen deze acties niet, want de Indonesiërs begonnen een guerrilla oorlog. Een oorlog waarbij het Nederlandse leger geen enkel idee had, wanneer en waar ze werden aangevallen. Onder druk van de Verenigde staten werd een overeenkomst gesloten, maar de guerrilla soldaten bleven doorgaan met hun acties. Doordat deze overeenkomst niet werd nagekomen, besloten Nederland op een tweede politionele actie, maar deze keer om het Indonesische regering uit te schakelen. Ze arresteerde Soekarno. Hierop werd fel tegen geprotesteerd door de andere landen en eiste dat Nederland soevereiniteit zou overdragen. Vooral de Verenigde Staten zette de Nederlanders onder druk en dreigden geen hulp meer te verlenen bij de wederopbouw als Nederland niet zou instemmen met de overvraging.
Op 27 december 1949 was de soevereiniteitsoverdracht in het paleis op de Dam. 

Maar de Nederlanders waren niet de enige de te maken kregen met de gevolgen van de overdracht. Ook de Molukkers, waarvan een groot deel in het KNIL-leger was gemobiliseerd kregen te maken met de gevolgen. Zij voelden zich niet verbonden met Indonesië en wilden onafhankelijk zijn. Onder druk van oud-KNIL’ers werd de onafhankelijke Republik Maluku Selatan, afgekort RMS, uitgeroepen. Soekarno accepteerde dit niet viel de stad Ambon aan. Een maand kwam het eiland in handen van Indonesie, maar de bijvoorbeeld de oude KNIL’ers wilden niet worden gemobiliseerd in het Indische leger. Zij eiste toelating tot Nederland en in 1951 kwamen met toestemming van de rechter zo’n 4500 Molukkers naar Nederland.

Zij werden ondergebracht in kampen die voor een tijdelijk verblijf moesten zorgen. Dit tijdelijke verblijf werd uiteindelijk niet tijdelijk, waardoor honderden gezinnen hun hele leven moesten doorbrengen in kampen, die uit de tijd stamde van de Duitse bezetting.



Les boek geschiedenis, 5 vwo

maandag 17 maart 2014

Oeroeg


Oeroeg
Hella Haasse
 
 
Deze periode heb ik voor de weblog het boek Oeroeg gelezen. Een boek wat zich afspeelt in Nederlands-Indië en gaat over de vriendschap tussen twee jongens. Deze vriendschap is niet zo maar een vriendschap, maar bestaat uit een Hollandse jongen en een inlandse Indische jongen wat in de tijd van het afspelen, de koloniale tijd, absurd was. Wat het boek heel mooi doet is dat het heel duidelijk de verschillen uitlegt in de sociale verhoudingen. Maar ook kun je heel mooi zien hoe de ontwikkelingen in de vriendschap een goed beeld geeft van de ontwikkelen van het land zelf. Zoals de breuk tussen de kolonie en het moederland, die wordt vertaald naar de breuk tussen de vriendschap van de twee jongens. Het boek is geschreven door Hella Haasse, wie zelf een lange tijd van haar leven heeft gewoond in het Nederlands-Indië. Dit is ook duidelijk te merken aan de nauwkeurige beschrijvingen van het landschap, maar ook de belevingen die de hoofdpersoon meemaakt. Je krijgt echt het idee dat je even zelf in Indonesië bent.
 
Ben je geïnteresseerd in het boek en denk je eraan om het te lezen, kijk dan even naar deze samenvatting.
 
Ook is het boek verfilmd. De film geeft een andere inkijk van het boek, wat de film ook weer heel bijzonder maakt. Hieronder is een trailer te zien: