maandag 27 mei 2013

OPDRACHT NEDERLANDS | BOEKENPROJECT | VWO4





DE ZWARTE
MET HET
WITTE
HART

Arthur Japin















Vragen:


Vraag 1


Toen Kwame en Kwasi naar Nederland gingen, intergreerde Kwasi in de Nederlandse cultuur. Hierdoor vergat hij zijn eigen cultuur en dus ook zijn eigen taal. Kwame vond dit niet kunnen en bleef zich strikt aan zijn eigen geloof houden. Dit zorgde ervoor dat ze uit elkaar groeiden.

Kwame krijgt een bericht waarin staat dat hij niet mag wederkeren. Hij zou zijn eigen taal te zijn verleerd en in het kamp waar hij vastzit, kan niemand hem die taal nog leren. 

Hij werd heel erg wanhopig en leefde nog een paar jaar langs de Afrikaanse kust waarna hij zelfmoord pleegt.




Vraag 2 Cornelius de Groot staat aanvankelijk aan de kant van de prinsjes, maar later wordt dat heel anders.

a Hoe kun je zijn veranderde houding verklaren?


Cornelius leert de prinsjes allemaal dingen zoals zelfbescherming en dergelijke. Uiteindelijk keren ze zich tegen hem en bemoeit hij zich dus ook niet meer met de prinsjes.



De prinsjes worden in Holland beschouwd als ‘nobele wilden’.

b Wat wordt daar mee bedoeld?


Ze werden nobele wilden genoemd omdat ze van adel waren, maar omdat ze uit een hele andere cultuur kwamen en de cultuur van Nederland dus niet gewend waren. Ze leefden volgens hun eigen cultuur. 


Vraag 3    'Kleur heb je nooit zelf, kleur krijg je door anderen.

Geef dit problematische hoofdthema in je eigen woorden weer.
Het thema van het boek is het emigreren naar een ander land, met de problemen en tegenslagen die daar bij horen. Het thema slaat ook terug op veel vragen die tegenwoordig ook ter sprake zijn: Moet je, je wel volledig aanpassen aan de cultuur en hoe moet dat nou eigenlijk?

Wat heeft de oerfoto van Kwasi aan het begin van het boek met dit probleem te maken?
Op de afbeelding zie je een net iemand, die een boek in zijn hand heeft, wat kan aangeven dat hij studeert. Het is een donker iemand, iemand die is geëmigreerd naar een ander land. Wanneer iemand in een ander land kwam in die tijd en zeker als het een donker iemand was, werd deze niet vaak of beter gezegd, bijna nooit, geaccepteerd. De “zwarte” werden door de meeste mensen uitgekotst en voor een opleiding kwamen deze mensen nooit in aanleiding. Het problematische thema in het boek is het probleem wat mensen ondervinden als ze emigreren en het niet aangenomen worden op een school, mede doordat iemand donker is, hoort daarbij. De foto is dus redelijk tegenstellend met de gedachte van het problematische hoofdthema. Donkere mensen mochten in die tijd vaak geen opleiding volgen, Kwasi mocht dat aan de andere kant dan weer wel.



Vraag 4          De roman speelt zich af tussen 1836 en 1900. De
                     tijdsaanduidingen erin zijn heel exact. Toch wordt er over       
                     een lange periode helemaal niets verteld.


Over welke periode wordt niets verteld? 
Over de periode 1847 tot 1850 in West Afrika verandert het perspectief. Dit 
deel bevat uisluitend brieven, die Kwame aan kwasi stuurt vanuit de Afrikaans
kust.

Waarom wordt deze periode overgeslagen?
Omdat het verhaal vele belangrijke gebeurtenissen bevat komt het mooier uit 
i.v.m. het verloop van het verhaal als deze gebeurtenis weggelaten wordt. Ook
omdat het in die tijd lang duurde om van het ene naar het andere continent te
reizen en het beschrijven van een zeereis past niet mooi in het verhaal.

Vraag 5

Het verhaal gaat over 2 takken die beide ergens anders op dezelfde plek geplant worden. Een tak past zich goed aan aan de nieuwe omgeving, hij bloeit op tot een volle trotse boom en draagt zijn eigen vruchten. De andere tak kan zich niet aanpassen aan de nieuwe omgeving, hij verdort en sterft. 

Wat zegt het verhaal over de levens van de twee prinsen?

Dit verhaal is perfect te spiegelen op het verhaal van de 2 prinsen, want de 2 prinsen (2 takken van de zelfde boom) worden beide van hun geboorte land weggehaalt en verplaatst naar een ander land. Een prins kan zich wel aanpassen aan de nieuwe ‘’grond’’ en ‘’bloeit’’ op. De andere prins kan zich niet aanpassen,’’verdort’’ en sterft.




Keuzeopdrachten:



Keuzeopdracht 1:
In deze roman treden veel historische figuren op o.a. Eduard 
Douwes Dekker (de schrijver Multatuli) en gouverneur-generaal 
Duymaer van Twist. Zij vochten ooit een verbitterde strijd uit over 
het ontslag van Douwes Dekker als assistent-resident van Lebak op 
Java.

Eduard Douwes Dekker en gouverneur-generaal Duymaer woonden en werkten in Nederlands-Indie. Eduard was daar een ambtenaar. Eduard kreeg te maken met de plaatselijke Indische staatshoofden die hun macht erg misbruikten. Hij diende een klacht in tegen het staatshoofd, maar zijn klachten werden niet gehoord. Hij kon het niet langer aan om de plaatselijke bevolking als slaven gebruikt te zien worden door de staatshoofden, dus diende hij een klacht in bij gouverneur-generaal Duynmaer. Maar Duynmaer wilde hem zijn klachten niet laten vertellen. Eduard was het nu echt zat en vertrok weer naar Europa.

Bron:


Keuzeopdracht 2:

Bedenk vier andere goede titels voor het boek.

Een goede titel moet representatief zijn voor de inhoud van het boek:

  1. Integratie, een lastige zaak. 
Deze titel past naar ons idee goed bij dit boek vanwege het feit dat de broers nooit echt helemaal bij de Nederlandse cultuur horen. Maar als een van hen terug wil naar zijn oude land wordt hij niet meer binnen gelaten vanwege het feit dat hij de taal niet meer beheerst. 

  1. De zwarte schapen in de witte kudde.
Dit past bij het thema discriminatie wat in dit boek regelmatig aan de orde komt.

  1. Integratie heb je in eigen hand.
Omdat kwame en kwasi allebei op een andere manier omgaan met het integratie proces.

  1. uit elkaar gedreven broederliefde.
De broers waren vroeger erg close, maar sinds ze naar Nederland zijn vertrokken probeert kwame zo goed mogelijk te intregeren terwijl kwasi dat niet wilt. Hierdoor verwaterde hun vriendschap volkomen.



Keuzeopdracht 3: Ga op zoek naar twee gedichten die goed passen bij het boek.

Integratie?

Ik zag ze gaan, ik zag ze lopen,
de éne bezig haar hoofddoek dicht te knopen..
D`ander leek zwaar getatoeëerd,
zelfs haar haren waren verkeerd,
een mengeling van punk en rock,
veel zwart, een hemd met motief uit blok…

Het meisje der Islam met ingetogenheid bekleed,
`t was bij die ander vergeleken, totaal niet westers gekleed..
Eenvoudig, een jurk over haar broek toch maar,
de hoofddoek bedekt naast
haar voorhoofd ook haar haar…

Maar toch, ze waren samen één,
samen gingen ze ergens heen…
Misschien naar school, of naar concert,
misschien uit eten, iets van shoarma,
of misschien toch snert,
Nee, dat zal niet gaan,
dan zou de integratie vast doorslaan…

Vrolijk lachend, vrolijk blij,
liepen zij, daar zij aan zij…
De gedachte dringt zich hierbij in mijn hoofd,
integratie is samen gaan, dus doen wat je beloofd.

Die ander blijvend respecterend,
misschien van die ander`s cultuur wat lerend..
Openstaand, nooit terughoudend,
niet negatief, doch slechts opbouwend..

Met verbazing keek ik naar twee jonge vrouwen,
twee absoluut verschillende culturen,
beidend kijkend naar elkaar, 
dit schept een toekomst vol vertrouwen…

Dit is een gedicht over integratie, het gaat over twee vrouwen met een totaal verschillende cultuur en achtergrond, maar die toch samen kunnen zijn, ook al heeft een van de vrouwen een hoofddoek om en is ze zo “ keurig “ mogelijk gekleed en is de andere een punker die er zo demonstratief mogelijk uit ziet.

In dit gedicht zijn veel punten die te verwijzen zijn naar het boek “ de zwarte met het witte hart “. Om te beginnen natuurlijk het feit dat het gedicht is betiteld met “ integratie “, in het kort, het thema van het boek. Ook lees je in het gedicht over de verschillen van de twee vrouwen, de ene is van buitenlandse afkomst, heeft een hoofddoek en is dus niet volledig geïntegreerd. Het een ander meisje is wat demonstratief gekleed, maar is toch geboren en getogen in Nederland. Als terugkijkt naar het boek is dit te verwijzen naar de twee broers die naar Nederland komen en een van de broers totaal geïntegreerd raakt, maar de ander niet omdat hij zijn cultuur niet wilt verliezen. Ook al verschillen zij van elkaar in dat oogpunt, toch zijn zij broers en zullen voor altijd verbonden zijn. Het zelfde lees je in het gedicht. De twee vrouwen zijn totaal verschillend maar zijn toch door vriendschap verbonden.

“ Die ander blijvend respecterend,
misschien van die ander`s cultuur wat lerend..
Openstaand, nooit terughoudend,
niet negatief, doch slechts opbouwend.. “


Dit stukje in het gedicht kan worden gerelateerd aan het feit dat een van de broers, de nieuwe cultuur waar in hij terecht komt respecteert en wilt integreren.


Verstoten
zouden we verstoten zijn
de kleinsten uit het vogelnest
zouden we anders zijn
de zwarte kant die alles verpest

zou men ons kunnen aanvaarden
wees niet zo laf, geef je commentaar
woorden scherp als zwaarden
ik houd mijn schild alvast klaar

ik wist niet wat het was
gelukkig zijn
de vrolijkste van de klas
zouden wij dan nu verstoten zijn?

wij zijn zwervers in onze ziel
beroofd van onze thuis
even gewild, zijn wij
cola zonder bruis


Dit gedicht gaat over het voelen van dat je verstoten wordt.

Ik vind dat dit gedicht goed past bij het boek. Dit vooral omdat de jongens als het waren verstoten worden van hun eigen land en cultuur, wanneer zij als “ borg ‘ worden meegegeven. Maar het past ook mooi bij het feit dat wanneer een van de jongens terug wil gaan hij dat niet mag, waardoor hij zich nog meer verstoten voelt.

___________________________________________________________


“ wees niet zo laf, geef je commentaar “

___________________________________________________________

Deze zin vind ik goed te relateren aan een van de jongens, hij vind het maar niks, maar durft ook niks te zeggen.





Ook gaat in het stukje:
___________________________________________________________

“ de kleinsten uit het vogelnest
zouden we anders zijn “

___________________________________________________________

Vind ik goed passen bij het boek. Net als bij het andere boek, geeft dit goed het verschil aan tussen de broers. Een van de broers integreert volledig, maar voor de andere broer moet het vreselijk zijn om toch elke dag af te vragen, waarom zijn broer nou wel en hij niet?